Het is al enige tijd geleden, maar in 2006 heb ik samen met twee vrienden, Wouter Slangenberg en Tim Crutzen, een zeer interessante reis ondernomen naar de Balkan. Het plan was om in ieder geval de landen Servië, Bosnië en Kroatië aan te doen. En dat is ook gelukt, met vele mooie avonturen tot gevolg. Na afloop van deze tour is er een reisverslag geschreven, maar nooit gepubliceerd. Nu is dit verslag dan alsnog op deze blog te lezen.

Za 15 / zo 16 juli: op naar de Balkan

OLYMPUS DIGITAL CAMERADeze zaterdag begon dan het grote Balkanavontuur. Voor de reis hadden we een mooie, blauwe Peugeot 206 gekocht, die tot de nok toe gevuld was, en die ons hopelijk heelhuids door meerdere landen ging leiden. Om onze bestemming te bereiken, diende eerst Duitsland doorkruist te worden. Via Frankfurt, Würzburg (slaappauze) en Nürnberg bereikten we zondagmorgen een klein dorpje op ongeveer 20 kilometer voor Passau, aan de grens met Oostenrijk. Hier gingen we even bijkomen van de nachttrip en dat kon uitstekend, aangezien het weer prima was en we vlak naast de Donau heerlijk konden uitrusten. Twee uur later werd de tocht voortgezet en na een prachtige rit door het Oostenrijkse land passeerden we probleemloos de grens om in Hongarije te belanden. De tijd bleef uiteraard niet stilstaan en nogmaals een nacht doorrijden leek ons geen goed idee. We besloten om bij de eerst volgende camping te gaan overnachten. Vlak na het stadje Györ kwamen we een camping tegen. Hier namen we een kijkje en qua prijs (20 e) en ligging was het een prima plekje. Het dorpje waar de camping ligt, heet Pannonhalma en het heeft een gotisch benedictijnenklooster, dat prachtig op een heuvel gelegen en in het donker verlicht is. Na in het dorpje te hebben gegeten, bleek bij terugkomst op de camping dat de beheerder elke avond dodenmuziek draaide (vermoedelijk ter herinnering aan zijn overleden vrouw). Het duurde niet langer dan een half uurtje en zo konden we alsnog van een welverdiende nachtrust genieten.

Ma 17 juli: via het Balatonmeer naar Servië

De volgende morgen werd de reis om 11 uur vervolgd. We besloten om aan onze rechterkant het Balatonmeer langs te rijden richting Servië. We hebben dit prachtige meer dan ook niet links laten liggen en zodoende een frisse middagduik genomen in de buurt van Siofok. De tocht naar Servië werd, via onder meer Szekszard, voortgezet en rond half 8 bereikten we, met een gevoel van lichte spanning, de grens. Wouter overhandigde, met een zeer onschuldige blik, de paspoorten. Meer dan een stempel was klaarblijkelijk niet nodig en zonder problemen konden we verder. De republiek Servië was bereikt!! De rit door het noordelijke deel, de autonome deelrepubliek Vojvodina, was zeer boeiend. Prachtig om te zien hoe de mensen in de kleine dorpjes leven. Qua landschap is het redelijk vlak en op de autoweg kwamen we verder weinig verkeer tegen. Na anderhalf uur bereikten we Novi Sad, de hoofdstad van Vojvodina en 2e stad van Servië. Hier hielden we halt voor een hapje en een slaapje. Novi Sad zag er gezellig uit op deze avond. Er liepen veel mooie mensen rond en vanwege het weer waren veel terrassen bezet. Na een korte wandeling door de stad zagen we in een straat, genaamd Jevrejska, een leuk uitziende toko waar we wel wilden eten. Ondanks de redelijk Engels klinkende naam hiervan, Central House, sprak niemand die taal. Met enige moeite konden we duidelijk maken dat we iets wilden eten. We mochten plaatsnemen op het terrasje en na enige tijd (het was inmiddels al tegen 10 uur) konden we genieten van onze eerste maaltijd in Servië, en het eerste Servische pintje was voor Denny ook een feit geworden. In en rond Novi Sad konden we geen geschikte slaapplek vinden en gingen dan maar verder richting Belgrado. Omdat het nog een aardig stukje naar deze stad was en het wederom een vermoeiende dag was, werd de nacht doorgebracht in de auto op een parkeerplek langs de autoweg.

Di 18 juli: op de camping

Na een niet al te comfortabele nacht, een ontbijt en een overheerlijke cappuccino in het wegrestaurant, gingen we verder naar Belgrado. Dit was nog iets van 60 kilometer rijden. Tot onze verbazing kwamen we 20 kilometer voor deze stad een campingbord tegen en volgden de aangegeven route. Eenmaal aangekomen op Autocamp Dunav in Batajnica, raakten we in gesprek met Oma de campingbeheerster. Engels en Duits waren haar niet machtig, wij wisten gelukkig enige Servische woorden, en zodoende verliep de conversatie om en nabij als volgt.

Wij: Zdravo, camping?

Oma: knikt, brabbelt wat in het Servisch.

Wij: Jedna tent (driehoek makend met armen)

Oma: Jedna

Wij: Tri persona (elkaar aanwijzend)

Oma: Tri

Vervolgens ging oma een hokje in, wat de receptie bleek te zijn, en ging voor ons de prijs berekenen. Voor slechts 1000 dinar (iets van 12 euro) konden we daar dan overnachten. Na het opzetten van de tent, tot dusver de enige tent op de camping, en een middagpauze, gingen we met het OV naar Belgrado. Toen we dachten er te waren, bleek het een voorstadje te zijn, Zemun, en maakten zodoende nog een wandeling van 5 kilometer langs de Donau, om de hoofdstad te bereiken. In 1918 werd in deze stad het Koninkrijk der Serven, Kroaten en Slovenen uitgeroepen, wat later Joegoslavië zou gaan heten. Belgrado (Beograd = witte stad)) heeft ruim 1,6 miljoen inwoners en is sinds de stichting door een Keltische stam ruim 60 maal veroverd geweest. De bekendste en misschien wel mooiste bezienswaardigheid en plek van de stad is het Kalemegdan-vesting, wat we dan ook hebben bezocht. Dit werd gebouwd, nadat de Oostenrijkers in de 18e eeuw Belgrado, toen nog een Turkse stad, hadden verwoest. Thans is van deze vesting een prachtig park gemaakt met een schitterend uitzicht op de stad en op de samenvloeiing van de Sava en de Donau. Het bezit tevens voldoende monumenten dat herinnert aan het oorlogsverleden.

Na dit bijzondere uitstapje, keerden we terug naar de camping, waar prompt andere gasten waren gearriveerd. De hele rit in Servië nog geen Nederlanders getroffen, maar op deze camping in een uithoek waren de landgenoten wel aanwezig. De dag werd afgesloten met een heerlijke Jelen Pivo op het terras van Oma.

Wo 19 juli: bezoekje aan Belgrado

OLYMPUS DIGITAL CAMERADe dag begon met een rustige ochtend aan de hand van een ontbijtje bij Oma. Oma bezorgde ons een kopje koffie, typisch een Balkankopje: klein, sterk en een drablaagje. Vandaag wilden we wat meer van Belgrado waarnemen. We maakten een wandeling langs onder meer het Nikola Pasic-plein, het Parlementsgebouw (een vurige wens van Tim) en struinden Terazije af, wat een langwerpige plein is in het centrum. Vervolgens liepen we naar het Studentenpark om wat te rusten en af te koelen. We kregen daarbij een onverwachts bezoekje van Jut en Jul, de parkagenten. We werden naar onze identiteit gevraagd en vervolgens vriendelijk gesalueerd. Even later keerden we terug naar Terazije, waar vele terrasjes waren en namen plek op één daarvan. Midden in Belgrado proostten we middels een Jelen Pint op het goede leven. Het was inmiddels al zes uur geweest en gingen op zoek naar een eetplek. We gingen hiertoe naar Zemun en kwamen daar bij een pizzeria uit, met de zeer creatieve naam Caffe-Pizzerija. De toko was mooi gelegen en er was een gezellig terrasje. De ober was zeer vriendelijk en vrolijk en de goede man sprak zelfs Engels, iets wat we nog niet veel tegenkwamen in Servië. De bestelde pizza’s en de cappuccino waren van een uitstekende smaak. Een echte aanrader voor mensen die Zemun eens passeren. Terug op de camping, waar het overigens steeds drukker werd (oma liep van hot naar her), sloten we ‘de Belgradodag’ af met een ‘Jelen’.

Do 20 juli: door het prachtige Servische en Bosnische land

Vandaag verlieten we Autocamp Dunav, na uiteraard eerst een heerlijk kopje koffie. We reden in zuidoostelijke richting naar de Bosnische grens. We wilden in de buurt in een Servisch natuurpark overnachten. De tocht ging aanvankelijk goed. Via Lazarevac bereikten we het stadje Ljig, alwaar we een pauze hielden. Toen we weer verder wilden, werden we vlak buiten het stadje aangehouden door de politie. Eerst dachten we dat ze enkel ons paspoort en rijbewijs wilden controleren. Maar we bleken te hard gereden te hebben. We schrokken wel even, toen de beste agent zei: dreitausend, nicht schreiben. Omgerekend 40 euro betalen voor een niet aanwijsbare snelheidsovertreding vonden we ietwat overdreven en hielden de agent voor dat we er niets van begrepen. Na enige discussie had hij door dat er bij ons weinig te halen viel. Ook wij wilden graag weg en namen genoegen met het betalen van ons resterend budget aan dinar (600, is 7 euro). Toch zonde van het geld, maar we hadden wel verwacht dat dit een keer zou gaan gebeuren. En dan maar een beetje betalen dan dat we mee moeten naar het bureau. De route werd voortgezet en via Gornji Milanovac, Čačak en Užice wilden we in het vlakbij gelegen nationaal park overnachten. Echter, na Užice bleek na een tijdje dat we op de verkeerde weg zaten. De bewegwijzering was niet geweldig en bovendien waren alle plaatsnamen in het cyrillische schrift, waardoor we redelijk laat erachter kwamen dat we op een andere route zaten. De natuur om ons heen had intussen wel prachtige vormen aangenomen, met hoogteverschillen van 1000 tot 1500 meter. Uiteindelijk wilden we bij Priboj de grens over en in een dorpje vroegen we de juiste weg. Ze kwamen er achter dat we geen Servisch spraken en vroegen in het hele dorp naar een Engels sprekend iemand. Even later kwam een vrouw naar ons toe om te helpen. Ze sprak echter geen Engels maar Russisch. We werden in de goede richting gewezen en even later bereikten we de Servisch-Bosnische grens. Ook deze overschreden we zonder moeite en Bosnië-Herzegovina was daar! Nog steeds was het een prachtige omgeving om in te rijden. Rond een uur of negen arriveerden we in Višegrad. Een zeer gezellige stad, dat omgeven is door schitterende bergen. De camping die in de buurt zou moeten liggen, konden we niet vinden. We besloten er te eten en wel in een mini-grillkotje. Hier werd ons een heerlijke schaal met allerlei vleessoorten voorgeschoteld. Dit peuzelden we wel met twee man op, want we konden de goede grillboer het woord ‘vegetarisch’ niet duidelijk maken. Tim moest zich zodoende tevreden stellen met wat salade en brood. Na deze consumptie moest er nog een slaapplek gevonden worden. Tim en Denny bezochten een hotel, waar we al eerder naar de prijs gevraagd hadden. Bij het tweede bezoekje waren de kamerprijzen plots gestegen. Kwestie van vraag en aanbod zeker. Ook de prijs in een vlakbij gelegen motel was ons te duur en dus verlieten we het mooie Višegrad. Na een donkere tocht, dat ons door vele tunnels leidde, stopten we bij een verlaten woning/restaurant. Redelijk onzichtbaar  en verlaten gingen we hier de nacht in en fungeerde de autobank wederom als bedje.

Vr 21 juli: overnachten in de bergen

PENTAX ImageNa een slopende nacht werden we vroeg in de morgen gewekt door een kudde schapen. De natuurlijke omgeving waarin we ons bevonden, was ongelooflijk mooi, hetgeen we de nacht ervoor niet konden waarnemen. Het was immers donker. We deden het rustig aan op het verlaten gebied en vertrokken toen richting Sarajevo. Even later kwamen we in het stadje Pale. Dit was in de burgeroorlog van Joegoslavië een belangrijke plaats, want hier was het hoofdkwartier van het Bosnisch-Servische leger van Karadzic. Dit stadje was ook de eerste hoofdstad van het Servische deel van Bosnië-Herzegovina, Republika Srpska, voordat Banja Luka dat werd. Dit gebeurde in 1992 toen dit gebied tot autonoom omgedoopt werd. De Bosnische Kroaten hadden eerder hun ‘autonome republiek Herceg-Bosna’ uitgeroepen, met Sarajevo als hoofdstad. Uit deze twee autonome republieken bestaat Bosnië-Herzegovina nog altijd, maar is de grens praktisch verdwenen. Het reizen tussen deze twee gebieden is in elk geval geen probleem, we hebben tenminste niet gemerkt dat we een grens hebben gepasseerd.

Na in Pale dus even rondgekeken te hebben, gingen we verder de bergen in, waar in 1984 de Olympische Spelen plaatsvonden. We waren op ongeveer 20 kilometer van Sarajevo. We kwamen in een klein skidorpje, Jahorina, dat er op dat moment erg levenloos uitzag. Het uitzicht was echter schitterend. We bevonden ons nu op een hoogte van tussen de 1500 en 2000 meter. Het was er zo mooi, dat we per voet een bergwandeling gingen maken. Tim en Wouter kregen tijdens deze tocht het wonderbaarlijke idee om in deze bergen een slaapplekje te gaan zoeken voor de komende nacht. Denny had daar een niet heel zeker gevoel van, maar liet zich overtuigen van hoe bijzonder het wel niet is. In de avond namen we onze spullen uit de auto en brachten dit over naar een mooi plekje in de Jahorina-bergen. We zetten geen tent op, om zo niet op te vallen en gingen dan onder een prachtige hemel slapen.

Za 22 juli: een stukje historie in Sarajevo

De nacht hadden we overleefd, alhoewel het steenkoud was. Maar vandaag stond Sarajevo op het programma. Het was nog slechts een half uurtje rijden, maar het vinden van een parkeerplek bracht ook zoveel tijd met zich mee. Eenmaal de auto geparkeerd, gingen we Sarajevo verkennen. Deze stad heeft ruim 350.000 inwoners en de rivier de Miljacka stroomt er doorheen. Sarajevo is omgeven door prachtige bergen, wat aan de ene kant de Olympische Spelen mogelijk heeft gemaakt, maar aan de andere kant heeft het hierdoor ook veel schade geleden in de burgeroorlog tussen 1991 en 1995. De scherpschutters van het Bosnisch-Servische leger, die voorkomen wilde dat Bosnië-Herzegovina zich zou afscheiden van Joegoslavië, konden zich prima in de bergen verschuilen en zorgden er zo voor, dat niemand ongehinderd in of uit Sarajevo kon.

Het was duidelijk te zien, dat Sarajevo lange tijd onder Turks bewind stond. Sarajevo is trouwens ook afgeleid van de Turkse woorden ‘Saray’ (paleis) en ‘Ovasi’ (veld). We begonnen de wandeling met een lekkere cappuccino in een autovrije winkelstraat in het centrum, Ferhadija genaamd. Vervolgens zetten we voet naar Zelenih Beretki. Dit is de straat waar de moord op Franz Ferdinand werd gepleegd door Gavrilo Princip, hetgeen de aanleiding was voor de 1e wereldoorlog. Een klein monument herinnert aan deze gebeurtenis. Voorts kwamen we nog langs Bascarsija, het centrale plein, de Gazi Husrev Bey moskee, de oudste (1531) en misschien wel mooiste moskee van de Balkan, en Kazandziluk, het ‘koperstraatje’ waar vele souvenirwinkeltjes zitten met vooral koperwaar.

PENTAX Image

Rond het middaguur reden we dan naar de camping, waarover de Tourist Information van Sarajevo ons van informatie voorzag. Camping ‘Oaza’ lag in Ilidza, een stadje, en een oude Romeinse nederzetting, net buiten Sarajevo. Een erg gezellig stadje, zo ondervonden wij later. Het was een grote camping met voldoende faciliteiten en de receptionist, die prima Engels kon, sprak met ons uitvoerig over voetbal,  Nederland en de Joegoslavische oorlog. Met name het laatste onderwerp interesseerde vooral Tim en die keerde even later ook terug om daarover verder met de man te onderhouden. Denny en Wouter genoten ondertussen van de rust en namen na twee sanitairloze nachten een heerlijke douche. In de namiddag keerden we per tram terug naar Sarajevo, een tochtje van ongeveer 20 minuten. Na een wandeling gingen we ergens eten en wel in een cevabzinice. Hier nuttigden we de plaatselijke cevapi en namen we nog een Pivo in het centrum.

Terug in Ilidza bleek hoe gezellig het er was. De terrassen waren overvol, de Turkse muziek klonk hard in de oren en vele mensen waren op straat en dat voor zo’n klein stadje. Wouter en Denny proefden hier ook maar eens hoe het bier smaakte. De drukte was wel van korte duur, want om half 12 was het ineens zeer rustig en zochten we ons tentje maar op.

Zo 23 juli: wederom op de camping

Sarajevo lieten we voor wat het was en we trokken verder in zuidwestelijke richting. Na een uurtje kwamen we uit bij Konjic. Daar was een camping, die een prachtig strandje had aan de rivier de Neretva. We besloten om hier de rest van de dag te vertoeven, al rustend en zwemmend. ‘s Avonds  hebben we ons buikje rond gegeten in Restoran Orahovica, dat op een steenworp afstand lag van de camping. We hadden voor onszelf een prachtig plekje uitgekozen, vlak aan het water met een adembenemend uitzicht op de bergen en de rivier. Een van de mooiste plekjes waar men kan uiteten en de maaltijd was ook overheerlijk. Wederom een aanrader!

Ma 24 juli: via Mostar naar Kroatië

OLYMPUS DIGITAL CAMERAVandaag zouden we het prachtige Bosnië-Herzegovina verlaten, maar niet voordat we Mostar bezocht hadden. Deze stad staat bekend om zijn oude brug, waar de stad ook naar vernoemd is (most = brug), die over de Neretva buigt. De brug werd echter in de oorlog (1993) vernietigd net als vele andere bouwwerken, vooral moskeeën, door bombardementen van het Kroatische leger. Wanneer men door de stad loopt zijn hiervan nog altijd sporen te zien. De brug is echter weer volledig gerestaureerd en ook de oude stad ziet er zeer mooi en toeristisch uit. Het Turkse karakter is, ondanks de vele vernielingen, behouden gebleven. Na dit bijzonder mooi stedenbezoekje reden we via een B-weggetje door prachtige dorpjes, als Ljubuski en Grude, naar het grensplaatsje Donji Gorica. En zo geraakten we alweer in Republika Hrvatska, ofwel Kroatië. En na een tijdje rijden zagen we dan eindelijk de zee! Autokamp Sirena in Lokva, nabij Omis, werd onze volgende kampeerplek. Het was een prima camping, maar wel de duurste en meest toeristische tot nu toe. Erg vervelend was het luide gekrekel in de bomen, maar het uitzicht was mooi en er kon heerlijk in de zee gezwommen worden, een activiteit dat we dan ook maar uitgevoerd hebben.

Di 25 juli: toeristisch dagje

Deze dag stond eerst in het teken van zon, zee en strand op de camping. In de middag vervolgden we onze weg richting het westen langs de Adriatische kust. Via onder meer Split en Trogir kwamen we bij Primošten uit, waar we onze kamp opnieuw gingen opslaan. In dit dorpje was een minicamping, waar we dan ook net genoeg ruimte hadden om de tent op te zetten. Op deze terrasvormige camping, die uit ‘verdiepingen’ bestond, hadden we een eigen balkonnetje! Ook hier was de Adriatische zee niet ver van verwijderd en dus was een duik een welkome, frisse en vanzelfsprekende gebeurtenis. Na een goed gevulde, door onze chef-kok Tim bereide, maaltijd gingen we te voet naar het dorpje Primošten. Dit bleek nogal zeer toeristisch maar ook erg gezellig te zijn. Het oude centrum lag op een eiland waar een prachtige kerk op een begraafplaats stond, vanwaar men een mooi uitzicht had op de zee en de kust. Het centrum is middels een brug verbonden met het vaste land. Hier is het stadje ook naar vernoemd, want Primošten betekent iets in de richting van ‘over de brug’.

Wo 26 juli: de Kroatische natuur in

De ochtend brachten we nog door in de zee bij de camping in Primošten. Vervolgens toerden we richting Sibenik, waarna we het binnenland introkken, om zo naar het nationaal park Krka te gaan. Dit is een uitgestrekt natuurgebied, tussen Sibenik en Knin in, met een totaaloppervlak van 109 vierkante kilometer. PENTAX ImageDe Krka-rivier (72 km), die vanuit de Dinarische Alpen stroomt, snijdt er dwars doorheen, hetgeen prachtige watervallen tot stand heeft gebracht. Midden in het park is een soort van picknickparkje, waar de mogelijkheid is om te eten en drinken en om te zwemmen in een meertje waar zich een waterval instort.

Na een actieve middag begon opnieuw de zoektocht naar een slaapplek. We kwamen uit bij autocamp Marina in Lozovac. Een redelijk goedkope camping, ondanks de ligging vlakbij het park. De beheerders spraken weinig Engels of Duits en er waren weinig Nederlanders te ontdekken. Reden genoeg om op deze camping te gaan staan. In de avond maakten we een autoritje in de omgeving, waarbij we door dorpjes en gehuchtjes kwamen, waarbij je je zou afvragen of er mensen wonen. De omgeving was in ieder geval wonderschoon, daar we aan de voet van de Dinarische Alpen rondreden.

Do 27 juli: nog meer natuur

Het werd een rustige morgen. We hoefden namelijk niet af te breken en in te pakken, want we gingen hier de komende nacht ook vertoeven. In de middag maakten we opnieuw een prachtige tocht door de natuur. Verlaten weggetjes, prachtige heuvels en zeer kleine dorpjes waren te bezichtigen. Na een tijdje kwamen we het plaatsje Visovac tegen, waar het zeer goed mogelijk bleek om in een meertje te gaan zwemmen. Dit meertje hoort bij het nationaal park Krka en was omgeven door de bosrijke heuvels. Na een prachtige natuurdag genoten we van de avond in volle rust. Niet in de auto, niet op zoek naar een camping, geen tent opzetten, maar enkel heerlijk ontspannen.

Vr 28 juli: struinen door Zadar

Vandaag zou het een ietwat drukke gaan worden. Vanaf Camp Marina reden we richting Zadar. Tijdens deze tocht namen we een koffiepauze in een klein dorp, genaamd Lisane Ostrovicke. Echt schitterende namen allemaal. We kregen een heerlijke cappuccino voorgeschoteld, inclusief een koud glas water. Erg aardig en ook zeer welkom, want ondanks het tijdstip van 11 uur was het al zeer warm. Even later gingen we verder en kwamen we in Zadar aan, een stadje op een schiereiland in het noorden van Dalmatië met ongeveer 43.000 inwoners. Op aanraden van Denny een bezoekje waard en dat was het op zeker. Zadar was in het verleden tientallen malen veroverd geweest en had in de Romeinse tijd een leidende rol in Dalmatië op het gebied van handel en visserij. Tevens was Zadar in het Venetiaanse Rijk een van de belangrijkste handelsplaatsen.

Aan Romeinse monumenten en andere bouwkunsten is geen gebrek in de stad, die redelijk toeristisch is. Wel is het er erg gezellig om te lopen, met smalle steegjes, mooie pleinen en bovendien is het oude centrum bijna volledig door water omgeven. Mooie plekken waar we plaatjes hebben geschoten, zijn onder meer het nationale plein, de Sveti Donatkerk en het plein van de vijf bronnen.

Nadat we hier ook nog een gasstelletje hadden gekocht, reden we eerst een tijdje langs de kust. Aan het eind van de middag besloten we ergens onze kamp weer op te slaan en dit gebeurde bij Camp Ritka Iraga in Ribarica, een stadje tussen Karlobag en Senj. Het was een camping waar de faciliteiten aanwezig waren, maar voor de prijs was het matig. Zo deden 2 van de 3 gevonden stopcontacten het niet en was er geen warm water. Daarnaast maakten de beheerders erg duidelijk dat we voor 10 uur de volgende dag de camping moesten verlaten, terwijl we nog zo hartelijk ontvangen werden door de beste man. Inmiddels was de avond aangebroken, maar was het nog een prima temperatuur om een duik in de zee te nemen. Vervolgens maakten we nuttig gebruik van de nieuwe gasstel en konden we met een volle maag de nachtrust tegemoet.

Za 29 juli: zoeken naar een camping

Zeer gedisciplineerd verlieten we voor 10 uur de camping. Na een mooie tocht langs de kust in noordelijke richting, gingen we bij Senj het binnenland in. Via een prachtige, heuvelachtige route, waarbij we onder meer het stadje Otacac passeerden en adembenemende uitzichten te bewonderen waren, kwamen we in de middag aan bij het nationaal park Plitvička Jezera. Het vinden van een camping in de buurt ging niet eenvoudig. De eerste was vrij snel gevonden. Het was echter een 4-sterren camping en dus belachelijk duur. Er zou volgens onze kaarten nog een andere camping vlakbij het park moeten zijn. Maar die konden we niet vinden. Vervolgens kwamen we nog een derde camping tegen. Het bordje langs de weg gaf wel aan dat het ‘under construction’ was, maar eenmaal aangekomen bleek het nog volledig in opbouw te zijn. Er waren nu drie mogelijkheden. Wederom een nacht in de auto, naar Bihac in Bosnië gaan rijden, want daar zouden twee campings zijn, of naar Korenica gaan, want ook daar scheen een camping te zijn, maar wel volgens onze kaart en dus niet zeker. We besloten dat laatste toch te doen. We reden zodoende in zuidelijke richting en toen we Korenica in, door en uit waren, was de camping nog altijd niet in zicht. We besloten om te keren en juist toen daar de gelegenheid voor was, zagen we in de verte een campingbordje. Zeer opgelucht reden we door en, jawel, daar was een camping, en nog mooi en goedkoop ook. Pansion Lička Kapa was de naam van deze verblijfplaats, waartoe naast een camping ook een restaurant en 18 appartementen behoorden. Een goed Engels en Duits sprekende mevrouw gaf ons enige informatie en zo konden we opnieuw onze spullen te voorschijn halen. Op de camping was voldoende ruimte. Er waren slechts drie tenten te zien op een oppervlakte van wel anderhalf voetbalveld. Er was echter geen douche, maar die kon men tegen betaling van 20 kuna (!) gebruiken. Maar de ligging, tussen de heuvels en op slechts 20 kilometer van het nationale park, was uitstekend. En we hadden voor de verandering eens gras als ondergrond in plaats van stenen, grind of rotsen.

Zo 30 juli: wat een weelde

OLYMPUS DIGITAL CAMERAOnze laatste vakantiedag stond in het teken van het Nationaal Park Plitvička Jezera, ofwel de Plitvicemeren. Dit park is 20.000 hectare groot en bevat 16 azuurblauwe meren, tientallen watervallen (de hoogste is 56 meter) en prachtige bossen. Er zijn prachtige wandelpaden aangelegd, die je zowel langs de meren voeren als door de bossen en daarbij vele verschillende uitzichten geeft. In 1949 werd al dit natuurschoon een nationaal park en in 1979 is dit op de UNESCO-lijst van beschermde natuurgebieden geplaatst.  In totaal hebben we 6 uur in het nationaal park doorgebracht en het is echt een ‘must’ voor natuurliefhebbers en vakantiegangers in de buurt. Tegen de avond keerden we terug naar de camping, waar we onze kuna’s goed besteedden aan een douchebeurt. ‘s Avonds hebben we nog eens goed geproost op deze dag middels een glaasje whiskey en brachten we de avond kaartend door, met de ober als aandachtig toeschouwer en trukendoos.

Ma 31 juli / di 1 aug: via Slovenië en de Autobahn naar huis

De vakantie als zodanig zat er in principe op. Maar we hadden nog een lange terugweg te gaan. Na alles gepakt en gecontroleerd te hebben, vertrokken we uit Korenica en reden we richting Karlovac, de stad waar Karlovacka, het bekendste biermerk van Kroatië, wordt gebrouwen. Even later bereikten we de Kroatisch-Sloveense grens bij Metlika, en kwamen zo toch alweer het zevende land in tijdens onze reis. Ook keerden we weer terug in de Europese Unie. We doorkruisten Slovenië diagonaal en kwamen tot aan Ljubljana door allerlei dorpjes en stadjes heen, omdat we niet op een snelweg reden. Via Novo Mesto en Trbenje kwamen we bij de hoofdstad van Slovenië, waarna we de snelweg opgingen. Het Sloveense landschap is erg mooi. Met name in het noordwesten, waar de Julische Alpen zijn en tevens een ontzettend groot nationaal park ligt. Het hoogste punt van Slovenië, Triglav (2800 meter), ligt hier midden in. De snelweg bracht ons langs steden als Kranj en Jesenice om vervolgens bij de Oostenrijkse grens aan te komen. Ook in Oostenrijk heeft Moeder Natuur een prachtig landschap neergezet. We reden over de snelweg van Villach naar Salzburg met om ons heen ‘die Hohe Tauern’, een bergketen behorend tot de Alpen. Helaas beletten veel tunnels het uitzicht. Zo ook de Tauerntunnel, die liefst 6,4 kilometer lang is. In de avond bereikten we dan Duitsland en hadden we nog iets van 800 kilometer voor de boeg. Nog 800 lange kilometers over die Autobahn van München naar Frankfurt, Dortmund en uiteindelijk richting Emden. Nadat we dit ook overleefd hadden, waren we tegen het middaguur terug in ons eigen landje en konden we Groningen weer begroeten. De fantastische Balkan-tour zat er op!